Gepubliceerd op 03:22 | by Daan Goor
De dodendans is een emblematisch bewegingsspel waarin leven en dood elkaar ontmoeten. Hand in hand vormen de levende en de dode tijdens de dodendans een lange sierlijke rij. De dood maakt onvermijdelijk deel uit van het leven, dat lezen we in eerste instantie van de dodendans af. De lange rij die de dodendans vormt, bestaat zowel uit koningen, middenstanders, arbeiders, alle lagen van de bevolking dus. In de dood is iedereen gelijk. De dodendans leert ons niet per se alleen dat de dood iedereen overeenkomt. Het wijst ons vooral op het feit dat stand en herkomst verwaarloosbaar zijn en bij het sterven geen verschil maken. De dodendans wijst ons op onze natuurlijke nietigheid en vergeldt de hoogmoed voor de val.

Sterren, planeten, goden en geesten, vanaf de Oudheid werd gedacht dat ze dansten. Sterrenbeelden beschouwde men in de Middeleeuwen als het ware als schitterende skeletten aan het begrensde firmament. De dans van de doden en de levenden, van het vulgaire en het verhevene is de uitmergelende vereniging van de goddelijke avondval en het goddeloze ochtendgloren, van hemel en hel. De dodendans demonstreert de onverklaarbare rechtvaardigheid van leven en dood. Het skelet bindt ons als mensheid. Het verbindt ons persoonlijke lichaam. En is het enige dat eender waar overblijft na ontbinding. Tijdens de dodendansen nodigen macabere skeletten de levenden juist uit als hun verdwaasde dubbelganger, en niet omgekeerd.
Het dodendansalfabet van Hans Holbein De Jongere, voor het eerst uitgegeven in 1539 rafelt het aspect van de reidans. Een rei is een ritmische rondedans. Holbein De Jongere probeert te schrapen tot op het bot van de individuele eigenschappen van de levende. Elke afbeelding in deze dodendans toont een koppel van een skelet en een levend lichaam, een persoon die zich in een concrete dagelijkse situatie bevindt. Van kinderen die ontvoerd worden over diefstal en bedriegerij tot conflict en oorlog. De attributen van de skeletten, zoals onder meer de trommel en de xylofoon, worden in sommige van deze Imagines Mortis afbeeldingen mooi in de verf gezet.
Een dode en een levende die elkaar ontmoeten in de dodendans, maakt de cirkel weer rond. De dode wordt weer levend. De levende zal onvermijdelijk en onverklaarbaar dood gaan.
Bekijk de volledige galerij rond de dodendans.
Hans Holbein (1498-1543)
03:15|
0
reacties
Gepubliceerd op 01:41 | by Kunstenkabinet
Een nar is het icoon van zotheid - wat zeg ik - het historische summum van zotheid. Vooral in Europa, aan het aristocratische hof, zagen ze de nar maar al te graag komen, niet alleen voor een luchtige noot en wat ontwrichtende zotheid op een stokje. Ook gaven ze vaak satirische, en pijnlijke terechte, commentaren op bepaalde maatschappelijke wantoestanden. De nar kon dit doen onder het masker van zotheid dat hem toeliet ongegeneerd uitspraken te doen waarvoor anderen het hoofd zouden laten.
De typische klederdracht van een nar kent iedereen wellicht. De excentrieke belletjesmuts en de narrenstaf zijn de voornaamste attributen waarmee de nar zijn zotheid in de verf zet. De muts had drie flappen met aan elke flap een belletje. De flappen van deze muts refereren nog naar de tijd dat de nar een muts gemaakt van de oren en staart van een ezel.
De figuur van de nar en de symbolische representatie van de dood zijn nauw met elkaar verwant. De zegswijze 'wie laatst lacht, lacht best' is hierop gebaseerd. De lach van zotheid overwint de dood, zou je vanuit deze optiek kunnen stellen. Toch staat de nar, als symbool van zotheid, vooral garant voor naïviteit en onwetendheid. In de Tarot staat de nar vaak afgebeeld aan de rand van een afgrond waarin hij onbezorgd zou kunnen vallen. Maar de voornaamste gelijkenis tussen zotheid en de dood kunnen we vinden bij de dodendans. Net zoals in het geval van zotheid stelt de dans der doden iedereen gelijk voor de wet. Rijk of arm, iedereen zal sterven. Met iedereen kan gelachen worden, ongeacht stand of herkomst. De prent van Johann Georg Meinser uit 1550 verbeeldt deze verwantschap op treffende wijze.
Wil je de volledige galerij over zotheid bekijken?
Johann Dryander (1520-1560)
01:39|
0
reacties
Jan Stephen van Calcar (1530)
01:36|
0
reacties
Andreas Vesalius (1514-1564)
01:34|
0
reacties
Jacques Fabian Gautier d'Agoty (1717-1785)
01:14|
0
reacties
Theodor Kerckring (1640-1693)
12:21|
0
reacties
Johann Georg Meinser (1550)
12:16|
0
reacties
Nicolas Gosselin (1700)
12:05|
0
reacties
Jacob Bornitz (1560 - 1625)
11:53|
0
reacties
Hans Sebald Beham (1500 - 1550)
11:47|
0
reacties
Een kabinet vol schilderkunstige curiositeiten die grenzen aan het fantastische, het markante, het groteske of het macabere, etc.
Schrijf je in en blijf op de hoogte van de meest recente artikels op onze blog en de meeste recente prenten in onze galerij.
2010 Kunstenkabinet . Alle rechten voorbehouden.